zondag 8 november 2015


EPISODE 1
klik deze muzieklink aan om nog beter in de sfeer te komen:
https://www.youtube.com/watch?v=ipzR9bhei_o

De imposante kathedraal aan de “Centre du ville” zat afgeladen vol. De bedienden van de kardinaal hadden voor de gelegenheid hun donkerrode uniform laten opsmukken door de koninklijke kleermakers, hun laarzen blonken als nieuw en hun lange zilverkleurige sabels glinsterden als sterren aan de hemel. Hun wapens waren nochtans de voorbije week veelvuldig ingezet om het nieuwsgierige plebs weg te houden van het plein waar de voorbereidingen voor de grote plechtigheid aan de gang waren ter gelegenheid van het doopfeest van het nieuwe prinsje die de rij van zeven broertjes had aangevuld tot het ronde getal van acht.
Mont Saint Duprez beschikte niet over politie noch over een leger. Die taken werden waargenomen door de duizendkoppige wacht van kardinaal Verfaille. Wat er naar buiten toe uitzag als een keurig en disciplinair korps, was in werkelijkheid een smeltkroes van corruptie, meedogenloze onderdrukking en seksuele misdragingen en uitbuiting. Boetes en een deel van de verschuldigde belastingen, werden als betaald beschouwd op voorwaarde dat het jongste seksueel rijpe meisje in huis zich minstens eenmaal per maand beschikbaar stelde voor de plaatselijke commandant van de “Garde Catholique”. Homo’s werden zonder pardon gecastreerd en lesbiennes werden levenslang naar een mannenklooster verbannen.
Enkele moedige zielen van Saint Duprez hebben weliswaar geprobeerd in opstand te komen, maar elke vorm van dissidentie werd met ijzeren hand de kop ingedrukt door de kostwinnaar van de familie voor onbepaalde tijd achter de tralies te zetten. Daardoor kwam het getroffen gezin zonder inkomsten en zonder eten. Bovendien konden de achtergebleven vrouwen te pas en te onpas een geüniformeerde verkrachter aan de deur verwachten en werden de jongens meegenomen voor onbezoldigde diensten op het koninklijk paleis. Ondanks de homofobe sfeer in het land, deden er geruchten de ronde dat twee van de oudste prinsen homoseksuele spelletjes deden met hen en dat ook de kardinaal zich niet alleen aan vrouwen vergreep.
In de kathedraal, die vreemd genoeg de naam “Le Sacre Corps des innocents” had meegekregen, was niets van dit alles te merken. Integendeel, er heerste een serene sfeer van zuiverheid en religieuze devotie. Ze waren er allemaal. Elke hoogwaardigheidsbekleder van het land had de week voordien een door de koning eigenhandig ondertekende uitnodiging ontvangen en een dozijn koeriers waren uitgestuurd om bevriende graafschappen en koningshuizen uit het buitenland op de hoogte te brengen. Zeker voor genodigden uit eigen land zou een niet gewettigde afwezigheid beschouwd worden als een blaam aan het adres van de weledele familie Duprez-Lagasse.
Voor de administratieve diensten van de kardinaal was de aanwezigheidscontrole een routinezaakje geworden. Zeven prinsen waren hen in de procedure reeds voorafgegaan Op het bureau van Verfaille zou de volgende ochtend een volledig afgevinkte lijst klaarliggen met slechts één zwart kruisje: Dat van een dokter uit een naburig stadje wiens homofiele zoon twee dagen voordien was doodgebloed na een onzorgvuldig uitgevoerde castratie. Als die betreffende geneesheer zou kunnen bewijzen dat zijn zoon diezelfde dag zou begraven worden, dan zou de koning zijn gratieverzoek wellicht in overweging nemen.
De organist speelde het Toccata van ene Johann Sebastian Bach toen het rijtuig van de hoofdrolspelers halt hield aan de hoofdingang. Moesten er in die tijd hitparades bestaan hebben, dan zou dit nieuwe talent uit Leipzig in de top vijf gestaan hebben.
Een trage stoet bewoog zich door de midden gang richting altaar en doopvont langsheen een erewacht waarvan er langs iedere stoelenrij een exemplaartje stond opgesteld. Koningin Marie-Josée ging voorop. Gehuld in een witte sluier van Brugse kant droeg zij het kleine prinsje. Voor de omstaanders was het niet uit te maken of er wel een mensje zat in het propje exclusief textiel dat zij in de armen had. Haar echtgenoot, koning Bertrand, ondersteunde de arm van zijn vrouw om de te dragen last te delen en vooral om duidelijk te maken dat er een oorzakelijk verband was tussen zijn potentie en het afgeleverde product. Daarachter volgden, van klein naar groot, de zeven prinsen die tot ergernis van de begeleidende gouvernantes niet echt de opgelegde pasjes volgden. Een bonte mengeling van weide rokken en hoeden uitgedost met een oneindige diversiteit aan pluimen, vormden het sluitstuk van de bizarre stoet. Een op de spijsvertering werkende walm van parfums vulde het kerkgebouw.
Nadat alle koninklijke zitjes vooraan waren ingenomen, gebaarde de kardinaal de ouders en meter en peter om zich naar het doopvont te begeven.
…”Majesteit, Mevrouw, beste familie en alle gelovigen hier aanwezig… Er valt mij vandaag de grote eer te beurt om dit nieuwe leven te mogen opnemen in de zaligheid van de Heer”…
Marie-Josée ontdeed haar kindje van de met gouddraad geborduurde doeken en alle omstaanders konden nu voor de eerste maal het naakte prinselijke lichaampje bewonderen. Er werden blikken van ongeloof en verwarring uitgewisseld toen niemand een piemeltje kon onderscheiden. De koningin begreep wat er aan de hand was en manoeuvreerde de kleine billetjes totdat er een klein stulpje zichtbaar werd. …”zijn balletjes zijn nog niet volledig uitgedaald, dat komt wel meer voor…” fluisterde zij de kardinaal toe. Er werd opgelucht adem gehaald en Verfaille sprak de dooprede uit.
…”Jean, louis, Michel, Jolande, Josephine, ik doop u in de naam van God de vader, de zoon en de heilige geest…”
Er werd overvloedig water vergoten over het hoofdje van de kleine prins die op zijn beurt de geste beantwoordde met een koninklijk straaltje urine in het gelaat van de voorover gebogen kardinaal.
Iedereen had nu duidelijk gezien dat het om een jongetje ging.
wordt vervolgd

Geen opmerkingen:

Een reactie posten