vrijdag 4 december 2015


Klik op de onderstaande muzieklink om nog beter in de sfeer te komen:

https://www.youtube.com/watch?v=YOx710drHnw


EPISODE 13
De eerste maanden school kondigden zich blijkbaar probleemloos aan. Joan had er zich bij neergelegd dat het voorlopig enkel een jongenszaak zou zijn. Rekenen ging hem niet zo goed af maar in taal, lezen en tekenen was hij een primus. Ook de geschiedenislessen trokken zijn bijzondere aandacht en zeker wanneer het wangedrag van het vroegere koninklijke regime dik in de verf werd gezet. Maar op de speelplaats waar de meesten met de bal speelden of zich in kleine groepjes met knikkers amuseerden, stond hij dikwijls alleen in een hoekje. Het ruwe taalgebruik en de vele onschuldige vechtpartijtjes onder de jongens, waren niet aan Joan besteed. Hij mijmerde liever weg in gedachten over de acht prinsjes waarover in de les niet meer werd verteld dan dat ze met achten waren en dat het allemaal jongens waren. Met zulke door en doorslechte ouders, had hij met hen een vorm van medelijden gekregen. Hij wilde weten wat er met hen gebeurd was en waar ze nu waren. Hij had die vragen al eens gesteld aan de priester-leraar die hem ontwijkend antwoordde dat ze allemaal met hun moeder naar het buitenland waren gevlucht en dat het een zegen voor de revolutie was om van dit addergebroed verlost te zijn. Eén man moest hem echter alle details over de familie Duprez-Lagasse kunnen vertellen. Het was zijn vader die aan de wieg van de omwenteling had gestaan en die een hoofdrol had gespeeld bij de terdoodveroordeling van koning Bertrand.
Enkele straten verder, in de gebouwen van de Assemblée, ontving papa Jean een delegatie van de slachtoffers en hun families van het oude regime. In de hoge vergadering van volksvertegenwoordigers was besloten om een standbeeld op te richten voor al diegenen die zo hard geleden hadden. De namen van alle geëxecuteerden, vermisten en seksueel misbruikten zouden vereeuwigd worden op een vrijheidsbeeld dat hen nooit zou doen vergeten.
Eén van de genodigden was dokter Louis Lebloque, wiens homofiele zoon één van de slachtoffers was. Jean zag dit als de ideale gelegenheid om na de vergadering met de dokter te spreken over hoe hij zijn zoontje terug op het rechte pad zou kunnen krijgen. Ondanks de verwoede pogingen van zijn vrouw en schoonzus, was Jean er nog altijd van overtuigd dat Joan zich in een fase bevond die door toedoen van één of ander medisch hulpmiddeltje, kon teruggedraaid worden.
Jean had op het thuisfront enige windstilte kunnen bekomen met een compromis waarbij Joan van beperkte vrijheden kon genieten maar tegelijkertijd zijn vader nooit mocht confronteren met zijn afwijkend gedrag. In de praktijk kwam het er op neer dat wanneer papa niet thuis was, er twee jonge meisjes in huis waren en dat Joan al een flinke lengte haren had gekweekt die hij snel weer bijeen bond van zodra mama aan het diner begon.

Het was duidelijk een gebroken man die het bureau van Jean Dupont binnenkwam. …”Dokter Lebloque, komt u verder alstublieft! Ik kan mij voorstellen dat u zonet enkele moeilijke momenten hebt moeten doorstaan.”… De diepe rimpels op zijn voorhoofd getuigden van vele jaren verdriet. …”Monsieur Dupont, mijn vrouw excuseert zich dat zij hier niet aanwezig is, maar weet u, sedert wij onze zoon verloren hebben, komt zij nauwelijks nog buiten. Wat kan ik voor u doen, monsieur le député?”… “Zeg maar Jean, mijn beste! Ik wilde u om raad vragen betreft mijn zesjarig zoontje”…
Met enige schroom deelde Jean zijn vaderlijke bezorgdheid en drukte hij de hoop uit op een spoedige genezing.
De dokter schudde afkeurend zijn hoofd. …”Eerst en vooral is het lang niet zeker dat uw zoon homo is. Zijn seksuele geaardheid zal zich pas beginnen uiten over enkele jaren. Er zijn wel wat patronen die zich ook bij Louis Junior manifesteerden toen hij zes was. Maar als u mij naar een geneesmiddel vraagt, dan bent u aan het verkeerde adres. Er bestaat zelfs geen medicatie tegen wat u als een ziekte beschouwd omdat het simpelweg geen aandoening is!”… Die laatste woorden ondersteunde hij met een opmerkelijke klemtoon. …”En mag ik u slechts één goede raad geven: Hou van uw zoon zoals hij is! Joan leeft, Louis Junior is dood! U kan maar beter zo snel mogelijk met uw zoontje beginnen te communiceren in plaats van hem een vals schuldgevoel aan te praten!”.
Jean voelde zich in de war toen hij de dokter uitliet. Hij twijfelde of dit nu echt de antwoorden waren die hij zocht en of hij al dan niet tijdens het diner aan een nieuwe relatie met zijn stiefzoontje zou beginnen.

De ganse rit naar huis spookten de woorden van de dokter door zijn hoofd: ‘Hou van uw zoon zoals hij is…’ Aan tafel zei de kleine Joan echter iets wat zijn beide ouders met verstomming deed slaan en dat er hen attent op maakte dat er nog andere problemen moesten opgelost worden. …”Papa, hoe zit het eigenlijk met die acht prinsjes? Daar weet u toch alles over? Jean verslikte zich in de soep en Leonore liet haar glas wijn op de grond vallen…

Wordt vervolgd

Geen opmerkingen:

Een reactie posten