Klik op de onderstaande muzieklink om nog beter in de sfeer te geraken:
https://www.youtube.com/
EPISODE 17
Parijs en zijn revolutie evolueerden stilaan in de richting van de eeuwwisseling. De tumultueuze bestorming van de Bastille had het politieke landschap totaal veranderd, maar van rust en stabiliteit was verre van sprake. Het land was verwikkeld in oorlogen met verschillende Europese mogendheden die zich afkeerden tegen de revolutionaire Franse ideeën en in eigen land moesten tal van opstanden de kop ingedrukt worden. Er werd een eindeloze reeks discussies en processen gevoerd waarbij de guillotine meestal het klapstuk betekende van de rechtsspraak voor de vele zogenaamde contrarevolutionairen.
Tante Sofie zag het allemaal met argusogen van zeer nabij gebeuren. Haar man was destijds bij de Bastille om het leven gekomen waar hij zich had opgeofferd voor de vrijheidsidealen die de familie d’Amarque zo nauw aan het hart lagen. Sindsdien woonde zij alleen met haar dochter Claire in een groot aristocratisch huis in de buurt van de Place Des Invalides. Sofie was zoals haar zus Leonore een mooie vrouw die geen man onberoerd liet, maar ze was enigszins teleurgesteld in de concrete toepassing van de mooie idealen die de revolutie in het vaandel droeg. Ze vond het vooral hypocriet dat de beeltenis van een vrouw zoals ‘Marianne’ misbruikt werd als symbool van gelijkheid. In tegenstelling tot haar verwachtingen, werden vrouwen geacht om thuis braafjes voor hun mannen te zorgen en zich zeker niet politiek te engageren. Daar openlijk voor uitkomen, was niet zonder gevaar en dus hield zij zich liever gedeisd. Daarom vond ze het ook geen goed idee om terug een relatie met een man te beginnen.
Sofie had er geen moment aan getwijfeld om de twee dochtertjes van haar zus te laten inwonen. Het was intussen een echt vrouwenhuis geworden. Als tegengewicht voor het mannenbastion daarbuiten, noemden zij zichzelf “les quatre mousquetaises”. Het was een omgeving waarin de androgene Marie dolgelukkige en onbezorgde kinderjaren beleefde. Samen met haar zusje Sylvie en haar nichtje Claire, liep zij lagere school in een gemeenschapsinstelling om de hoek. Niemand van de vriendinnetjes, noch van het onderwijzend personeel, had ooit vragen gesteld over haar echte achtergronden. Er was tot dan toe ook geen reden tot twijfels of zij wel echt een meisje was. Zelfs de jongens van het lyceum waarvoor de drie meisjes al eens graag een omwegje maakten op weg naar huis, hadden Marie al opgemerkt. Zij reageerden als giechelende bakvisjes op de plagerige maar speelse avances van de tierende en fluitende kwajongens. In feite voelde zij zich wel gecharmeerd door de aandacht die ze kreeg. Zij naderde trouwens stilaan de pubertijd.
Op een dag na schooltijd, kwamen de meisjes buiten adem de woonkamer binnengestormd. Een paar jongens waren hen achternagelopen en één van hen was er in geslaagd om Marie in te halen en haar een kusje te geven. Claire en Sylvie fezelden elkaar geniepig iets in het oor en keken gniffelend om naar Marie die stilletjes met rode kaakjes in een hoekje van de zetel zat. Gewoonlijk trokken zij alle drie aan hetzelfde zeel en was er geen reden voor Sofie om zich zorgen te maken. Er was nu echter duidelijk een kleine barst gekomen in het verbond van de “quatre mousquetaises”. De opmerkzame tante Sofie vroeg dan ook onmiddellijk wat er aan de hand was. De wat loslippige Sylvie sprong recht, vormde met beide handen een trechter voor de mond en articuleerde zachtjes maar zeer verstaan baar: …”Er is er eentje verliefd op ons Marie!”… Marie durfde haar tante niet aankijken en met zweet in de handen wachtte ze op een strenge reactie. Sofie richtte zich echter tot de andere twee. …”Ja en?... zijn jullie misschien jaloers?”… Het bakvisjes-gedoe hield meteen op en Sofie realiseerde zich dat er andere tijden zouden aanbreken.
Een gelukkige samenloop van de omstandigheden, had er voor gezorgd dat Sofie niet alleen zou opdraven voor de opvang van de puberende meisjes. De expansiedrift van de Franse staat had er toe geleid dat het kleine Mont Saint Duprez werd ingelijfd als departement bij Frankrijk.
Mama Leonore sloeg geen enkele vakantie over om haar dochtertjes te gaan bezoeken. Gedreven door haar moederinstinct kon zij het zelfs niet laten om regelmatig een weekje tussendoor Sylvie en Marie te gaan verassen. Jean had het gemis aan zijn kinderen leren verwerken, maar hij zag wel hoe het aan zijn vrouw knaagde. Nu zijn kleine landje voortaan bij Frankrijk hoorde, had hij een overplaatsing aangevraagd voor een betrekking bij het centraal bestuur in Parijs. Tot grote vreugde van zijn vrouw, werd het verzoek goedgekeurd omwille van grote verdiensten als ‘verlichte geest’. Het huis van Sofie was groot genoeg voor zes en slechts enkele weken nadien stond naast de deurbel aan de Place des Invalides vermeld: “d’Amarque-Dupont & Enfants”
Wordt vervolgd

Geen opmerkingen:
Een reactie posten